Ministerie van LVVN den Haag, 8 april 2026
Verslag: Hans de Haan
De goedbezochte bijeenkomst op het ministerie van LVVN in den Haag stond in het teken van de vraag hoe de landbouw kan worden gestuurd op concrete doelen per bedrijf in plaats van via generieke maatregelen. De constatering is dat het huidige mest- en milieubeleid onvoldoende effectief is om maatschappelijke doelen op het gebied van stikstof, water, biodiversiteit en klimaat te realiseren. Doelsturing wordt gezien als een mogelijke manier om deze doelen beter te bereiken door ze te vertalen naar het niveau van het individuele bedrijf.
Doel van de bijeenkomst
Doel was om vanuit verschillende perspectieven te verkennen wat nodig is om doelsturing werkbaar te maken in beleid en praktijk. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de samenhang tussen beleid, ketensturing, financiering, datagebruik en toezicht. Wat betekent doelsturing voor de keten als geheel? Voor boeren, verwerkers, retailers, en de partijen die meten, borgen en handhaven? En vooral: wat wordt doelsturing in de praktijk? De bijeenkomst had het karakter van een verkennende dialoog tussen publieke en private partijen.
Inhoudelijke aftrap: probleemstelling en concept doelsturing
In de inhoudelijke aftrap werd uiteengezet dat generieke maatregelen onvoldoende aansluiten bij de grote verschillen tussen bedrijven en regio’s. Hierdoor blijven effecten achter en ontbreekt bij ondernemers vaak duidelijkheid over wat concreet van hen wordt verwacht. Doelsturing beoogt dit te verbeteren door doelen op bedrijfsniveau vast te stellen en ondernemers ruimte te geven om zelf te bepalen hoe zij die doelen realiseren.
Tegelijk werd vastgesteld dat de uitwerking van doelsturing stagneert zodra deze concreet wordt gemaakt. Dan ontstaan vragen over juridische borging, meetbaarheid, toerekening van effecten en handhaving. Ook speelt vertrouwen in het gebruik van data een belangrijke rol.
Hoofdpunten uit de bijdrage van de onderzoekskant
Vanuit de onderzoekskant werd benadrukt dat er inmiddels breed inhoudelijk draagvlak bestaat voor doelsturing. Belangrijke aandachtspunten zijn:
- de noodzaak van een duidelijke lange termijnvisie op landbouw en landschap;
- betere regie op bestaande initiatieven en instrumenten;
- versterking van de samenhang tussen publieke en private systemen;
- en het verbinden van doelbereik met verdienvermogen.
Daarnaast werd gewezen op openstaande vraagstukken rond juridische inbedding, de vertaling van gebiedsdoelen naar bedrijfsdoelen, en de inrichting van een betrouwbaar datasysteem. Wel constateren de onderzoekers dat we – ook met de huidige beschikbare instrumenten – al veel meer kunnen doen dan dat er nu gebeurt.
Bijdrage vanuit de verwerkende industrie
Vanuit de verwerkende industrie werd aangegeven dat doelsturing aansluit bij bestaande werkwijzen in de voedselindustrie, waarin wordt gewerkt met systematische monitoring, verificatie en borging. Een vergelijkbare aanpak in de landbouw wordt haalbaar geacht, mits rekening wordt gehouden met verschillen tussen bedrijven.
Een belangrijk punt was het onderscheid tussen herstelkosten en onderhoudskosten. Herstelkosten zouden in belangrijke mate publiek gefinancierd moeten worden, terwijl onderhoudskosten deels privaat gedragen kunnen worden. Hierbij werd gewezen op het risico van verlies aan concurrentie- en internationale innovatiekracht als kosten volledig in de keten worden doorberekend.
Bijdrage vanuit retail
Retail gaf aan dat al ervaring wordt opgedaan met ketenprogramma’s waarin samen met boeren stappen worden gezet en prestaties worden beloond. De sector ziet voor zichzelf een rol in het vertalen van maatschappelijke verwachtingen naar de keten.
Tegelijk werd benadrukt dat een meer gedifferentieerde aanpak, zoals bij doelsturing, moeilijker uitlegbaar is naar klanten, en moeilijker organiseerbaar dan generieke programma’s. Daarom is duidelijke richting vanuit de overheid noodzakelijk. Ondernemers hebben behoefte aan helderheid over doelen, regelgeving en de lange termijnrichting.
Bijdrage vanuit financiering / True Value Language
Vanuit financiering werd gewezen op het ontbreken van een gezamenlijke taal voor duurzaamheidsprestaties. Verschillende partijen hanteren eigen definities en meetmethoden, wat samenwerking bemoeilijkt.
Het initiatief True Value Language beoogt een gemeenschappelijke meetlat te ontwikkelen voor prestaties op onder meer stikstof, water, biodiversiteit en klimaat. Daarmee kunnen publieke en private instrumenten beter op elkaar aansluiten. Voor financiers is dit ook relevant voor het inschatten van risico’s en het stimuleren van duurzame ontwikkeling, bijvoorbeeld via rentekortingen. Er zijn nog wel extra partijen nodig, die samen met de anderen vervolgstappen gaan zetten en de (ingewikkelde) vragen rond bijv. governance gaan beantwoorden.
Bijdrage vanuit toezicht en handhaving
Vanuit toezicht werd benadrukt dat doelsturing geen eenvoudige oplossing is voor handhaving. Het controleren van doelbereik is complex en vereist:
- uniforme indicatoren (KPI’s);
- betrouwbare en geborgde data;
- duidelijke meetmethoden;
- en vertrouwen in datasystemen.
Daarnaast werd gewezen op de noodzaak van keuzevrijheid voor ondernemers, begeleiding bij de overgang en een stapsgewijze invoering. Ook werd benadrukt dat toezicht vanaf het begin moet worden meegenomen in het ontwerp van het systeem. Het systeem, dat overigens op meerdere plekken klein georganiseerd kan worden en dan verbonden, i.p.v. ineens heel groot (want dan wordt het te log en langzaam).
Algemene lijnen uit de discussie
In de discussie kwamen vier centrale spanningen naar voren:
- Maatwerk versus uniformiteit
Doelsturing vraagt om differentiatie per bedrijf en gebied, maar vereist tegelijkertijd voldoende uniformiteit in meten en verantwoorden. - Publiek versus privaat
Marktpartijen kunnen bijdragen aan sturing en beloning, maar publieke doelen en herstelopgaven kunnen niet volledig aan de markt worden overgelaten en er zullen publiek-private combinaties gemaakt moeten worden in het verdienmodel. - Ambitie versus concurrentiekracht
Verduurzaming kan leiden tot hogere kosten, wat gevolgen heeft voor de internationale concurrentiepositie. Europese afstemming is daarom van belang. - Snelheid versus zorgvuldigheid
Er is urgentie om stappen te zetten, maar tegelijkertijd is zorgvuldige uitwerking van juridische, technische en organisatorische randvoorwaarden noodzakelijk.
Daarnaast kwam vertrouwen als overkoepelend thema naar voren, met name rond het gebruik van data en de rolverdeling tussen publieke en private partijen.
Overkoepelende conclusie
De bijeenkomst liet zien dat er brede steun bestaat voor doelsturing als richting voor toekomstig landbouw- en milieubeleid. Tegelijk werd duidelijk dat de implementatie afhankelijk is van een aantal cruciale voorwaarden:
- een duidelijke lange termijnvisie;
- betere coördinatie tussen publieke en private partijen;
- een gemeenschappelijke meetlat voor prestaties;
- een betrouwbaar systeem voor data en toezicht;
- en een uitvoerbaar en handhaafbaar model.
De discussie verschoof daarmee van de vraag óf doelsturing wenselijk is naar de vraag hoe deze concreet kan worden ingericht.
Vervolg en actiepunten
Als vervolg op de bijeenkomst zijn de volgende benodigde acties benoemd:
- ontwikkeling van een lange termijnvisie op landbouw en landschap;
- verbreding van het initiatief True Value Language;
- verdere gesprekken over data-uitwisseling en vertrouwen;
- ondersteuning van innovatieprojecten;
- inzet op Europese afstemming van duurzaamheidscriteria
- en een TKI matchmaking-sessie voor PPS-en over doelsturing op 19 mei a.s.
De bijeenkomst werd daarmee afgesloten als een stap in een breder proces, gericht op verdere concretisering en implementatie van doelsturing.