Vergelijking footprint dierlijke producten vereist transparantie, meer én betere data diervoeders

26 mei 2026 – Meer en betere data zijn nodig voor footprint-berekeningen van diervoedergrondstoffen. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoeksproject waarin Wageningen Livestock Research de broeikasgasemissies van een aantal biologische voeringrediënten heeft bepaald. Het resultaat is ‘een interessante eerste aanzet’, het laat ook zien dat meer inspanningen op dit gebied nodig zijn.

De CO2-voetafdruk (carbon footprint, CFP) van voedingsmiddelen staat volop in de belangstelling. De CFP wordt berekend met een levenscyclusanalyse (LCA), een methode waarbij de impact van elke stap van het productieproces wordt meegeteld; van grondstof tot eindproduct. Bij dierlijke producten als vlees, eieren en zuivel bepaalt de productie van diervoeders een groot deel van de footprint van de hele levenscyclus. Daarom is een goede footprintberekening voor diervoedergrondstoffen belangrijk.

Het project van Wageningen Livestock Research concentreert zich op biologische grondstoffen. Aanleiding was een verzoek vanuit biologische ketens. Die hebben behoefte aan specifieke biologische data, omdat in de diervoedersector alleen nog data van gangbaar geproduceerde grondstoffen beschikbaar zijn. Het Wageningse onderzoek had als doel voor 21 veelgebruikte biologische grondstoffen de emissiefactor te bepalen. De onderzoekers constateerden dat hiervoor weinig internationale informatie voor handen is. Ze hebben daarom de berekende emissiecijfers gebaseerd op voornamelijk Nederlandse data.

Interessante eerste aanzet
“Het resultaat is een interessante eerste aanzet”, zegt onderzoeker Pim Mostert. “Het is belangrijk om meer stappen te zetten. In de eerste plaats omdat we de CFP nog maar voor een beperkt aantal biologische diervoederproducten hebben bepaald. Bovendien is dit gebeurd met Nederlandse teeltgegevens, terwijl de meeste diervoedergrondstoffen uit het buitenland komen.” Het is dus belangrijk dit internationaal en tenminste op Europees niveau op te pakken.

Dit project onderstreept het belang van de kwaliteit van de data. Het onderscheid tussen primaire en secundaire data is daarbij wezenlijk. Primaire data zijn gebaseerd op concrete praktijkgegevens. Secundaire data zijn statistische gemiddelden, berekend of afkomstig uit generieke databases. Primaire data geven een zuiverder beeld van de footprint van een bepaalde grondstof van een specifieke herkomst. De opbrengst per hectare of de hoeveelheid mest en brandstof die nodig zijn voor de teelt, kunnen namelijk verschillen per regio of per grondsoort. Verder hebben ook de benodigde transportkilometers invloed.

Op basis van primaire data kunnen verschillen tussen grondstofstromen aantoonbaar worden gemaakt. Productieketens kunnen dit inzicht benutten: door gericht bepaalde grondstoffen te selecteren kunnen ze hun footprint verlagen. Dat werkt echter alleen als er van voldoende grondstoffen betrouwbare footprintgegevens op basis van primaire data beschikbaar zijn.

Niet vergelijkbaar
Een vergelijking van grondstoffen is discutabel als de kwaliteit van de onderliggende data niet gelijkwaardig is. Om die reden kan op basis van dit onderzoek niet worden aangetoond dat de carbon footprint van biologische grondstoffen hoger of lager is dan van conventionele grondstoffen. In dit project hanteerde Wageningen Livestock Research primaire data, terwijl de carbon footprint van veel conventioneel geproduceerde producten – zoals in de zogeheten GFLI-database – nog veelal is gebaseerd op generieke statistische (secundaire) gegevens, bij gebrek aan primaire data.
Vanwege de verschillen in datakwaliteit is voorzichtigheid geboden bij het vermelden van een carbon footprint op het label van eindproducten voor de consument. Dat gebeurt weliswaar al in de praktijk, maar zonder inzicht in de onderliggende data is zo’n footprintcijfer moeilijk op waarde te schatten en is een eerlijke en nauwkeurige vergelijking van de footprint van producten niet mogelijk.

De belangrijkste aanbevelingen van dit project zijn:

  • Zet in op meer primaire data; zowel voor biologische als reguliere grondstoffen.
  • Wees transparant over de kwaliteit van de gebruikte data bij het toepassen van footprint-methode.
  • Betrek ook andere indicatoren om de duurzaamheid van een product te beoordelen. De carbon footprint, waarop dit project zich richt, is slechts één aspect van duurzaamheid.

Het rapport van het onderzoeksproject is beschikbaar via de website van WUR.

Marktprogramma VDP
Het onderzoek van Wageningen Livestock Research is onder de regie van het Marktprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten (VDP) ingezet als Beleidsondersteunend Onderzoek van het ministerie van LVVN. Binnen het Marktprogramma is de Regiegroep PEFCR Dierlijke Producten actief om de ontwikkeling en toepassing van goed onderbouwde, transparante en op Europees niveau erkende LCA-methoden aan te jagen.


Terug naar overzicht Marktprogramma nieuws
Scroll naar boven