2 oktober 2026 – De Nederlandse pluimveesectoren kunnen aan de slag met een uniforme manier om de carbon footprint van hun producten te bepalen. Wageningen Livestock Research heeft hiervoor de wetenschappelijke onderbouwing geleverd in een project dat mogelijk is gemaakt dankzij financiering van het ministerie van LVVN. De pluimveebranches willen hiermee een aanzet geven voor een Europese standaard.
Voor het bepalen van de carbon footprint worden zogeheten LCA’s (levenscyclusanalyse) gebruikt, methodes om de milieu-impact van de hele productieketen – van grondstoffen tot eindproduct – te kwantificeren. Deze LCA’s dienen twee doelen. Ten eerste kunnen producenten hiermee data tonen aan overheden en afnemers. Retailers vragen al om deze cijfers. Ten tweede is een goed LCA een hulpmiddel om ‘hotspots’ – onderdelen met een grote impact op de footprint – in het productieproces te vinden en vervolgens gerichte verduurzamingsmaatregelen door te voeren.
Een groot probleem is nog dat er verschillende LCA-methoden worden gebruikt, die allemaal hun eigen invulling hebben voor rekenregels, gehanteerde data en borging. Daardoor zijn CO2-emissiedata vanuit verschillende partijen niet goed met elkaar te vergelijken. Dat kan retailers en consumenten op het verkeerde been zetten en het maakt concurrentieverhoudingen op dit vlak onduidelijk. “Het is in ieders belang dat we gezamenlijk afspraken maken over de rekenregels“, zegt beleidsmedewerker Tjalle Morsink van Nepluvi.
De Nederlandse pluimveesectoren zijn voorstander van een uniforme en internationaal erkende LCA. In het onderzoeksproject levert Wageningen Livestock Research de kaders hiervoor, door rekenregels uit te werken op basis van Europese richtlijnen (Product Environmental Footprint, PEF), als voorbereidende stap naar een Europese erkende methode per sector (PEFCR). De financiering hiervoor kwam van het ministerie van LVVN, via het Marktprogramma VDP. De initiatiefnemers zijn de belangenverenigingen voor de pluimveevleesindustrie, eiersector en broederijen in Nederland (respectievelijk Nepluvi, Anevei en COBK).
De collectieve aanpak is belangrijk voor dit onderwerp. Voor afzonderlijke bedrijven – zeker de kleinere – zou het kostbaar en complex zijn. “We zijn er heel blij mee dat we via het marktprogramma en dankzij de financiering van het ministerie van LVVN, een basis kunnen leggen voor eenduidige rekenregels in Nederland”, zegt secretaris Clara Hagen van Anevei. “Het is een heel belangrijke eerste stap.”
De brancheorganisaties gaan nu in overleg met hun leden over de implementatie. Voor de toepassing van deze basis moeten tools worden ontwikkeld en het is belangrijk de benodigde invoergegevens te verzamelen. Zowel Hagen als Morsink benadrukken dat de implementatie bij voorkeur in Europees verband wordt nagevolgd.
Beleidsondersteunend onderzoek
Het rapport – ‘Guideline for carbon footprint calculations of poultry’ – is gepubliceerd op de website van Wageningen UR, in een overzicht van onderzoeksprojecten via het Marktprogramma VDP.
De publicatie geeft een beschrijving van de afzonderlijke onderdelen van het productiesysteem en de gehanteerde eenheden (emissies per hen, per kilo product, etc.). Verder omvat het rapport de berekeningsmethoden voor broeikasgasemissies in alle fasen, inclusief de allocatie, ofwel de toerekening van de emissies aan de verschillende producten. Ook levert het een overzicht van de benodigde invoergegevens die nodig zijn om de broeikasgasemissies te berekenen, aangevuld met secundaire databronnen en standaardwaarden.