Impactanalyse WUR: een bouwsteen voor beleid opschaling biologische melkveesector

20 juli 2026 – Een sterke groei van het aandeel biologisch binnen de melkveehouderij heeft een licht positief effect op belangrijke duurzaamheidsvraagstukken in de gehele sector. Dat blijkt uit een rapport van Wageningen University & Research (WUR). Het rapport is een van de bouwstenen die de regiegroep van het Marktprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten (VDP) aandraagt voor gezamenlijk beleid voor de opschaling, waarbij overheden en het bedrijfsleven samenwerken.

Een groei van de biologische landbouw naar 15 procent van het areaal is een speerpunt van het landbouwbeleid in Nederland, zoals vastgelegd in het Actieplan groei biologische productie en consumptie. Voor de melkveesector zou een aandeel van 15 procent een verdrievoudiging van de omvang betekenen. Binnen het Marktprogramma VDP is een regiegroep ingesteld om met verschillende stakeholders mogelijkheden en knelpunten te bespreken, kennis te delen en ontwikkelingen te stimuleren: de Regiegroep Opschaling biologische zuivel en rundvlees. Hierin zijn de gangbare en biologische zuivelindustrie, de levensmiddelenhandel, de vleessector, de biologische sector en het ministerie van LVVN vertegenwoordigd. De regiegroep staat onder leiding van Sybrand Bouma, voorzitter van De Natuurweide, de vereniging voor biologische melkveehouders in Nederland.

Volgens Bouma is de brede samenstelling van de groep belangrijk: “We zitten met elkaar aan tafel om samen richting te geven aan de opschaling, zodat zowel op beleidsniveau bij het ministerie als op bedrijfsniveau in de zuivel- en vleessectoren goede keuzes kunnen worden gemaakt die op elkaar zijn afgestemd.”


Impactanalyse is een van de acties
De regiegroep heeft verschillende acties in gang gezet. Een daarvan is het recente rapport ‘Impact opschaling naar 15% biologische melkveehouderij’, met een analyse van de impact op een aantal maatschappelijke doelen: bodemkwaliteit, waterkwaliteit, klimaat, biodiversiteit en landschap, dierwaardigheid en circulariteit. De opschaling heeft impact, omdat de biologische veehouderij extensiever is en minder dieren per hectare houdt. Verder worden er geen kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt.

Uit de analyse blijkt dat de impact op landelijk niveau het grootst is voor waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap. Voor de andere doelen is het effect neutraal tot licht positief. Op regionaal of lokaal niveau kan het effect duidelijk groter zijn. De analyse is gebaseerd op een vergelijking tussen een relatief extensief gangbaar bedrijf en een relatief intensief biologisch bedrijf.

De resultaten van deze analyse bieden interessante aanknopingspunten voor beleid, zegt regiegroepvoorzitter Bouma. Ze laten zien dat omschakeling naar biologische melkveehouderij een oplossing kan zijn binnen een gebiedsgerichte benadering. Met name in regio’s rond natuurgebieden zijn de uitdagingen voor natuur, waaronder stikstof, en waterkwaliteit groot. Biologische bedrijven en gangbare intensieve bedrijven kunnen elkaar aanvullen, zodat zij samen de doelen in het gebied realiseren. Daarbij is een groter aandeel biologische bedrijven gunstig voor de waterkwaliteit en biodiversiteit.

Het WUR-rapport is opgesteld in het kader van beleidsondersteunend onderzoek (BO) via het Marktprogramma VDP. Het rapport is te downloaden via de website van de WUR.


Aanknopingspunten voor langjarig beleid
Bouma stelt dat deze impactanalyse slechts een van de bouwstenen voor het beleid is. Een andere bouwsteen is de zogenoemde BioMonitor. Deze tool wordt ontwikkeld om de impact op bedrijfsniveau te monitoren en te verbeteren, in lijn met de KringloopWijzer. Het eerste rapport hierover verschijnt naar verwachting in 2026.

Een andere belangrijke bouwsteen is afzetpromotie. Voor een blijvend succesvolle opschaling is groei van de afzet een belangrijke randvoorwaarde. Een eenzijdige inzet op opschaling van de biologische productie zou rampzalig zijn voor de markt en de opbrengstprijzen. De overheid zet al in op de promotie van biologische producten. De zuivelsector constateert dat aanvullende actie nodig is om de verkoop te stimuleren, gericht op de consument van biologische zuivel van de toekomst. De regiegroep coördineert daarom een gerichte consumentencampagne voor biologische zuivel. Hierbij zijn marketeers van verschillende zuivelbedrijven en partijen uit de biologische melkveehouderij betrokken. Het vooronderzoek hiervoor is inmiddels verricht. Momenteel wordt gewerkt aan het creatieve concept.

Naast de genoemde bouwstenen zijn meer onderzoeksprojecten in gang gezet. Het gaat onder andere om een verkenning naar de stal van de toekomst rond 2040, kennis over de voetafdruk van biologische diervoeders en de mogelijkheden voor meer dierenwelzijn voor koeien en kalveren, in lijn met de eisen van het Beter Leven-keurmerk met drie sterren voor zuivel en rundvlees. De regiegroep biedt daarmee volop aanknopingspunten voor ondernemerskeuzes en voor de totstandkoming van beleid waarbij alle stakeholders samenwerken. De resultaten worden gedeeld en besproken tijdens een KetenKennisDialoog die het marktprogramma komend najaar organiseert.


Terug naar overzicht Marktprogramma nieuws
Scroll naar boven