30 september 2026 – Wageningen Livestock Research werkt met de schapensector aan een LCA-methode voor het bepalen van de carbon footprint van schapenvlees en wol. Dat gebeurt in een project op initiatief van de ketenpartijen. Het doel is om broeikasgasemissies in de schapenhouderijketen vast te stellen met een uniforme en internationaal toepasbare standaardmethode hiervoor.
Schapen zijn van oudsher veelzijdig: ze worden gehouden voor vlees en wol en ze zijn bovendien inzetbaar als grazers voor natuurbeheer. Wol van Nederlandse schapen wordt weliswaar nog maar weinig gebruikt voor kleding, maar er zijn andere toepassingsmogelijkheden zoals bodemverbeteraar en biobased isolatie- of vulmateriaal. Er zijn dus volop toekomstmogelijkheden voor productieketens.
Duurzamere ketens kunnen zich in de markt profileren als er een betrouwbare inschatting gemaakt kan worden van de impact op het milieu, zoals de carbon footprint. Daarvoor worden LCA’s (levenscyclusanalyses) gebruikt, die de broeikasgasemissies van elke schakel van de keten meeneemt; van grondstof tot eindproduct. Met een LCA wordt voor de schapenhouderij ook bepaald welk deel van de footprint voor rekening van het vlees komt en wat aan de wol kan worden toegeschreven. Bovendien kan zo’n LCA dienen als een sturingsinstrument op ketenniveau. Het doorrekenen van maatregelen in bepaalde schakels geeft inzicht in de bijdrage aan een verlaging van de carbon footprint van het eindproduct.
Belangrijke stap
Om een goede en eerlijke vergelijking mogelijk te maken tussen verschillende partijen binnen een sector, is een uniforme aanpak nodig; voor rekenregels, dataverzameling en borging. In dit project wordt dat gedaan door aan te sluiten bij de Europese richtlijnen hiervoor, Product Environmental Footprint (PEF). Wageningen Livestock Research levert de onafhankelijke, wetenschappelijke onderbouwing. Het project wordt gecoördineerd vanuit de Regiegroep PEFCR Dierlijke Producten van het Marktprogramma VDP en is een initiatief van organisaties in de sector LTO Schapenhouderij, de Vereniging van Slachterijen en Vleesverwerkende bedrijven (VSV) en de Ketenorganisatie Schapenhouderij (KOS). Het is een belangrijke stap op weg naar Europees vastgestelde methode (PEFCR).