Stel: 2000 melkveehouders schakelen om naar biologisch. Kan zo’n verschuiving ervoor zorgen dat de melkveesector als geheel beter aansluit bij de eisen van de markt en de maatschappij? Dat gaat Wageningen University & Research (WUR) uitwerken voor de Regiegroep Opschaling Biologische zuivel en rundvlees in een uitgebreide analyse. Een grote biologische melkveehouderij als onderdeel van de toekomstgerichte zuivelsector. In het komende jaar delen we kennis hierover in een KetenKennisDialoog.
De Nederlandse melkvee- en zuivelsector staat aan de vooravond van grote veranderingen. Zowel overheden als grote marktpartijen dringen aan op verdere verduurzaming. De toekomst van de sector wordt mede bepaald door thema’s als stikstof, waterkwaliteit, dierenwelzijn, natuur en biodiversiteit. De impact is niet voor alle boeren hetzelfde. De verwachte wet- en regelgeving voor stikstof en waterkwaliteit is het meest ingrijpend voor bedrijven in regio’s met uitspoelingsgevoelige grond of in de omgeving van beschermde natuur. Hier kan een omschakeling naar meer natuurinclusieve of extensievere systemen, zoals biologische veehouderij, mogelijk een oplossing zijn, met behoud van het verdienmodel. Voor de Nederlandse melkveesector als geheel kan het interessant zijn om dit te stimuleren. Want extensivering in bepaalde regio’s levert een grote bijdrage aan het halen van duurzaamheidsdoelen voor de hele sector en kan ervoor zorgen dat in andere regio’s intensievere productiesystemen ontwikkelruimte houden.
Het project van de Regiegroep Opschaling biologische zuivel en rundvlees is opgezet om te onderzoeken of dit met data is te onderbouwen.
Voor een toekomstbestendige zuivelsector
In deze benadering is biologisch dus meer dan een bijzondere nichemarkt voor consumenten die bewust voor biologisch kiezen. Het kan een wezenlijk onderdeel zijn in een integrale benadering voor de melkveehouderij van de toekomst en de zuivel- en rundvleesproductie in Nederland. En dat is goed om te weten voor beleidsmakers bij de overheid en bestuurders binnen het bedrijfsleven.
Biologische melkveebedrijven hebben gemiddeld minder dieren per hectare bedrijfsoppervlak, stoten minder stikstof en broeikasgassen uit en zijn door hun extensieve karakter gemakkelijker te combineren met natuurbeheer. Biologisch onderscheidt zich van andere extensieve of natuurinclusieve productiesystemen doordat het een internationaal erkend keurmerk heeft, met een Europese wettelijke status en een erkende meerprijs voor de inspanningen. Dat biedt kansen voor het stimuleren van de afzet via diverse nationale en internationale afzetkanalen.
Aanbod volgt vraag
De vraag is: zijn de voordelen op sectorniveau groot genoeg om te investeren in een snelle opschaling met als uitgangspunt ‘aanbod volgt vraag’? WUR gaat daarbij uit van een omschakeling van 2000 melkveehouders in de komende vijf tot tien jaar. Dat is een groei van 500 naar 2500. In de loop van 2026 organiseert het Marktprogramma VDP een KetenKennisDialoog over deze uitdaging en de analyse door WUR. Plaats en datum worden later bekendgemaakt.
De Regiegroep Opschaling biologische zuivel en rundvlees van het Marktprogramma VDP initieert en ondersteunt activiteiten, zoals onderzoek, voorlichting en marktontwikkeling voor biologische zuivelproducten en rundvlees.