Verslag Community Building Meeting: Investeren in Nederland: waarom, waarin en wanneer?

Ministerie van LVVN den Haag, 8 oktober 2025

Verslag: Hans de Haan

Het Nederlandse agrofoodcluster groeide in 150 jaar uit tot een wereldspeler. Het doorstond crises en kwam er sterker uit: technologisch, biotechnologisch, organisatorisch én beleidsmatig. Maar dat vermogen om sterker te worden staat dit keer zwaar onder druk.

Milieu- en klimaatmaatregelen, geopolitieke spanningen: het cluster kraakt. Bedrijven twijfelen of Nederland nog wel een aantrekkelijke plek is om te investeren. Wat maakt de omstandigheden zo taai? Wat kan de overheid doen om de rem weg te nemen? En waarin zouden bedrijven dan juist wel durven investeren? Deze vragen stonden centraal in de het gesprek op 8 oktober. De keuzes van vandaag bepalen of Nederland ook morgen nog een agrofoodland van betekenis is. 

Het gesprek werd geopend door een inleiding van Guido Landheer, plaatsvervangend DG-Agro LVVN. Hij gaf een beschouwing op de veranderende wereld om ons heen, met daarin o.a.:

  • De verschuiving van open markten naar handelsbelemmeringen
  • De angst voor China en de kleiner wordende logica om investeringen naar Nederland te halen
  • De geopolitieke (in)stabiliteit
  • De verwarring en onrust, op veel plekken in de keten
  • Het belang van lange termijn duidelijkheid voor investeringen
  • De kracht die agrifood altijd ontwikkeld heeft vanuit samenwerking en internationaal innoveren, ook op de human capital agenda
  • De verschuiving van topsectorenbeleid naar industriebeleid, waar agrofood alleen onder de noemer “biotech” een plaatsje krijgt (naast energie, defensie, halfgeleiders, digitale diensten, machinebouw en innovatieve chemie), ondanks het feit dat het belang van weerbaarheid en voedselzekerheid wordt erkend.
  • Het veranderende GLB systeem: geen “ring fence” meer om het landbouwbudget heen, maar directe concurrentie met budgetten voor migratie, defensie, etc. Op het thema Europese concurrentiekracht ligt mogelijk een kans voor agrifood.
  • Door deze verschuivingen van overheidsbudgetten wordt daarbij de rol van agrifoodclusters nog belangrijker: focus op de kracht die uitgaat van de samenwerking op innovaties in de brede clusters, die een voorlopersrol spelen en een wereldwijde bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van maatschappelijke problemen. 

In de discussie kwam de nadrukkelijke roep naar boven om tot gezamenlijk afspraken met de overheid te komen, niet per sé tot één groot akkoord, maar wel op complexe dossiers zoals bijvoorbeeld het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ketenpartijen begrijpen goed dat de veranderingen doorzetten, maar hebben tijd nodig om zich aan te passen om te voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Expliciet niet als vertragingstactiek, maar om gezamenlijk de innovatieve kracht van de Nederlandse clusters te behouden voor de toekomst. De behoefte werd uitgesproken voor de verbindende en sonderende rol van WiK tussen bedrijfsleven en Ministerie.

Daarna was het de beurt aan Jelmer Schreurs, Sectoranalist Agri & Food bij ABN Amro, die een toelichting gaf op zijn rapport over de gevolgen van de krimp van de primaire landbouw verderop in productieketen. Deze gevolgen zijn vooral groot bij de verwerkers van zuivel en vlees, rekende hij voor.

Er kwam een uitgebreid gesprek op gang, waarbij vanuit retail werd aangegeven dat leverzekerheid steeds belangrijker wordt. “Uit Nederland” is aan een consument gemakkelijker uit te leggen dan carbon footprint of dierwelzijn, maar er is wel zorg over het feit dat we de boeren die we kwijtraken niet meer terugkrijgen. Vanuit verwerkers was de boodschap dat er een grens zit aan (de meerprijs voor) onderscheidend vermogen, als er bijv. ook goedkope boter uit de VS Europa binnenkomt, iets dat pas recent aan de orde is en we voorheen niet kenden. We kunnen aan commodities wel een toegevoegde waarde meegeven, maar er is wel een stip op de horizon nodig van de overheid, ook met bijv. ReGeNL. Ook werd gepleit om niet de ondergrens in de supermarkt ineens omhoog te trekken en daarmee de keuzevrijheid voor consumenten in te perken. Zodra de ondergrens “de norm” wordt verdwijnt het verdienvermogen. Dat werkt demotiverend en laat eerder partijen staken dan nog moeite te steken in innovatie. Tenslotte werd gerefereerd aan de diverse goede initiatieven die in Nederland wel actief zijn. Helaas is de beperking vaak dat die alleen gericht zijn op de Nederlandse markt en de export niet gefaciliteerd wordt. Een goede benchmarking op Europees niveau zou enorm helpen, via goede data en heldere vooraf afgesproken vergelijkingsregels.

Bart Fischer van Ikwileerlijkezuivel sloot de meeting af met een inleiding over het initiatief. Hij vertelde o.a. over:

  • Hun focus op ca 1500 melkveehouders binnen hun “zoekbereik” van de ca. 4500 boeren met land tegen Natura2000 gebieden aan
  • Het doel om een deel van de complexiteit uit de keten te halen en de bespaarde 7 ct per kg melk aan de boeren uit te betalen + 5 ct extra van de afnemer
  • Kpi-k en de Kringloopwijzer als basis, om te beginnen
  • De benodigde helderheid van de overheid, bijv. op het gebied van “natuurinclusiviteit”
  • Het belang van data in hun keten

Het gesprek daarna ging vooral over de schaalbaarheid en de rol van beleid bij de ontwikkeling van dit soort concepten. Ikwileerlijkezuivel mikt op de huismerkenmarkt, met grotere volumes en wil uitdrukkelijk geen niche bouwen. Het ANLb budget komt ter sprake, dat veel in de randzones rond N2000 wordt besteed. Fischer geeft aan vooral graag te willen samenwerken met eenieder die daarvoor openstaat, maar vooralsnog (b)lijkt zelf produceren goedkoper dan het uit te besteden.

De meeting leidde tot enthousiasme en legde een steviger fundament gelegd voor een vervolg om samen met het Ministerie van LVVN te werken de toekomst van de Nederlandse agrifood clusters die voor grotere uitdagingen staat dan alleen het vernieuwen van de specificaties van producten. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt welke plekken voor welke type productie geschikt zijn en waar de producten het beste verwerkt kunnen worden. Na afloop ontstond een gesprek over de vorming van een strategische denktank. De organisatoren van de meeting pakken dit actief op en komen er op terug op de volgende meeting, op woensdag 8 april 2026.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

En blijf op de hoogte van het Marktprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten!

Scroll naar boven